29 dec. 2025
Samenwerking met de natuur voor aanpak Amerikaanse rivierkreeft
Schriftelijke vragen aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden ter schriftelijke beantwoording conform artikel 37 van het Reglement van Orde van het algemeen bestuur
Betreft: Samenwerking met de natuur voor aanpak Amerikaanse rivierkreeft
29 december 2025
Geacht college,
In Leiden is door het Hoogheemraadschap van Rijnland in samenwerking met de Universiteit Leiden op twee locaties onderzoek gedaan naar de effecten van de oever op de aanwezigheid van de Amerikaanse rivierkreeft Op één van de locaties is een schuin aflopende natuurvriendelijke oever (nvo) aangelegd. Op een tweede locatie bleef de oever ongewijzigd. De voorlopige resultaten van deze studie zijn zeer positief. In het eerste onderzoeksjaar daalde bij locatie met nvo het aantal rivierkreeften 6 – 7 keer ten opzichte van het jaar ervoor; in het tweede jaar was het aantal afgenomen tot 17 keer minder dan het eerste jaar.[1] Ook in Natuurrijk, gelegen in Ouderkerk aan den IJssel, laat één van de twee natuurvriendelijke oevers goede resultaten zien. Een tweede natuurvriendelijke oever, die op andere wijze is aangelegd, laat geen goede resultaten zien.
De tweede kamer heeft hierover de gewijzigde motie van het lid Kostiċ (27 625) aangenomen waarin de minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt verzocht bovengenoemde resultaten uit de pilot van het Hoogheemraadschap van Rijnland, evenals verder onderzoek naar natuurvriendelijk onderhoud mee te nemen in de verdere aanpak van de Amerikaanse rivierkreeft.
Vooruitlopend op verdere communicatie vanuit het ministerie over dit dossier, leggen wij u graag alvast de volgende vragen voor:
Binnen het gebied van Schieland en de Krimpenerwaard zijn de aantallen Amerikaanse rivierkreeften het grootst in de Krimpenerwaard. Tegelijkertijd is het vanwege de agrarische functie van het land en de vele kilometers aan slootkanten een bijna onmogelijke opgave om in het hele gebied nvo’s aan te leggen. Toch denken wij dat het zinnig zou zijn in gesprek te gaan met agrariërs om na te gaan of de bereidheid er is om met natuurvriendelijke oevers te gaan werken, wanneer hier compensatie voor verlies aan landbouwgrond tegenover zou staan, en zo niet, deze te stimuleren.
1. Is het college bereid om gesprekken over de aanleg van nvo’s te voeren binnen de Krimpenerwaard?
2. Is het college bekend met de regeling Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer en denkt het college dat bij een collectieve, gebiedsgerichte aanpak financiering van nvo’s en het beheer hiervan mogelijk is?
3. Is het college bereid ondersteuning te verlenen bij het opstellen van een aanvraag?
4. Is het college bereid om bij de landelijke overheid te lobbyen voor compensatiemiddelen wanneer de regeling Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer aanleg en beheer van nvo’s niet dekt.
5. Overweegt het college om het HHSK budget voor nvo’s voornamelijk in te zetten in de Krimpenerwaard?
6. Is het college bereid met alle gemeenten in haar gebied gesprekken op gang te brengen om middelen beschikbaar te maken voor de aanleg van meer nvo’s?
Eerder dienden wij een motie in om het budget dat ons hoogheemraadschap ontving van de provincie Zuid-Holland voor het wegvangen van kreeften anders in te zetten, nl. door predatoren, zoals de paling, in het gebied te (her)introduceren. Deze vis eet rivierkreeft en de aaltjes hebben de flexibiliteit om bij de Amerikaanse rivierkreeft te komen, ook wanneer deze diep is weggedoken in de oever. Tijdens een discussie over de aanpak van de Amerikaanse rivierkreeft bij RTV Krimpenerwaard op 27 december jl. kwam deze methode ook ter sprake en werd als zinvol gezien.
7. Overweegt het college inzet van predatoren in het gebied om het aantal Amerikaanse rivierkreeften terug te dringen.
8. Is zij bereid hier middelen voor aan te vragen bij het verantwoordelijke ministerie?
9. Zijn er mogelijkheden voor deze predatoren om het gebied zelfstandig weer te verlaten.
De stichting Natuurrijk informeerde ons dat rivierkreeften niet van waterdrieblad houden.
10. Denkt het college dat het zinvol kan zijn om het waterdrieblad extra uit te zetten, wanneer verantwoord, om de omgeving onaantrekkelijker voor rivierkreeften te maken?
Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Linda Jansen
Partij voor de Dieren
Klik hier voor de beantwoording van onze vragen door de dijkgraaf en hoogheemraden op de website van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.